Waalwijkse en Langstraatse Courant
Raad van Waspik.
Xwoaêf wo.on.KuCmt&n exfria
De Voorzitter der Kamer van
Koophandel spreekt.
Candidatenlijst Middenstand uitgeput.
Boekbespreking
MAANDAG 13 MAART 1950
Uitgever
Waalwijkse Stoomdrukkerij
ANTOON TIELEN
Hoofdredacteur
JAN TIELEN
DE ECHO VM HET ZUIDEN
OPGEKICHT 1878.
Bureaux GROTESTRAAT 205 WAALWIJK TEL. 38. SCHOOLSTRAAT 11 KAATSHEUVEL TEL. 66.
REDE van de Voorzitter, de heer J. W. van Hees-
been, uitgesproken in de vergadering van de Raad
van Bijstand van de Kamer van Koophandel en
Fabrieken voor Noord-Brabant, kantoor Waalwijk,
van Donderdag 9 Maart, houdende overzicht over 't
jaar 1949.
II.
Ten aanzien van de economi
sche ontwikkeling in Nederland,
zou ik II gaarne met voorbijgaan
aan andere wellicht even be
langrijke gebeurtenissen in het
kort mijn mening willen geven
over de betekenis van de deva
luatie van de gulden voor ons
land.
Op 21 September 1949 ging de
Nederlandse Regering over tot
devaluatie van de gulden ten op
zichte vgn de Amerikaanse dol
lar.
Een onmiddellijk gevolg van
deze devaluatie is, dat de Ne
derlandse exportproducten hier
door de mogelijkheid krijgen op
dc dollarmarkten een ruimer af
zetgebied te vinden. De waarde
in dollars uitgedrukt kon immers
evenredig aan de procentuele
koersverlaging van de gulden
verminderen.
Ook goederen, welke voorheen
niet op de dollarmarkten konden
worden aangeboden, omdat hun
prijzen te hoog en niet concurre
rend waren, komen thans voor
export naar dollarlanaen of an
dere landen met niet gedevalueer
de valuta in aanmerking.
Uiteraard moet bedacht wor
den, dat een verhoging van de
export evenredig aan de waarde
vermindering van de gulden op
den duur niet tot herstel van het
evenwicht op de betalingsbalans
zal kunnen leiden.
Noodzakelijk is, dat een meer
proportionele toename plaats
vindt. Hiertoe is vereist, dat de
productie-capaciteit de nodige
elasticiteit bezit, zodat het aan
bod ook op korte termijn voor
expansie vatbaar is.
Productieverhoging kan worden
teweeggebracht o.a. dqpr vergro
ting van de arbeidsproductiviteit:
grotere efficiëntie in de bedrijven
tengevolge van een betere per
soneelsbezetting (meerploegen-
stelsel) en de opname van werk
zoekenden in het productie-pro
ces er. door grotere efficiëntie
tengevolge van verhoging van het
industrieel potentieel door indu
strialisatie.
De arbeidsproductiviteit ligt in
vergelijking met vooroorlogse ja
ren belangrijk lager dan voor
heen. Stelt men de arbeidsproduc
tiviteit in 1938 op 100 dan kan
voor 1949 de productiviteit ge
raamd worden op 88. Wanneer
men dan bedenkt, dat het produc
tieproces in de tussenliggende ja
ren door de ontwikkeling van de
techniek zeer is vergemakkelijkt,
begrijpt men, dat deze teruggang
méér is dan een verlaging met
12%.
Voor de arbeidsproductiviteit
is de productie-capaciteit van
groot belang. Deze capaciteit is
in grote mate afhankelijk van de
technische inrichting van de in
dustriële bedrijven.
De mogelijkheid tot vervolma
king van de inrichting, moderni
satie en invoering van moderne
en meer efficiënte bedrijfssyste
men moet daartoe gegeven wor
den.
Tevens moet er voor gezorgd
worden, dat door zelfbeperking
tot alleen de meest primaire le
vensbehoeften de invoer van niet
direct voor de bevrediging van
deze behoeften noodzakelijke pro
ducten vermindert en dientenge
volge meer deviezen vrij komen
voor de aanschaffing van kapi
taalsgoederen.
Uit de cijfers van de Neder
landse afrekeningen met de ECA
tot 20 December 1949 blijkt, dat
een te groot gedeelte van de
Marshall-hulp wordt aangewend
voor voedsel- en landbouwpro
ducten.
In het totaal werden met de
ECA verrekend 1036 millioen.
Hiervan voor
Vrachten 11,5 millioen
Diversen 75,7
Voedsel- en land
bouwproducten 442
Industriële
producten 506
Deze laatste post
valt uiteen in o.a.
Productiemiddelen 46,5
Verkeersmiddelen 101,9
Kolen 39,4
Petroleumproducten 61,5
Ijzer, staal, etc. 69
Nonferrometalen 72,5
Textielgrondstoffen 61,4
Chemicaliën en
medicijnen 29,5
Vermeerdering van aanwen
ding van gelden voor productie
middelen ten koste van andere
lijkt mij noodzakelijk om te go-
illl
men tot een grotere productie
capaciteit en daarmede tot een
normale arbeidsproductiviteit.
Dat opname van werkzoeken
den in het productieproces, doel
matigere personeelsbezetting en
industrialisatie noodzakelijk zijn
voor productie-verhoging is wel
zonder meer evident.
Door de Minister van Econo
mische Zaken is in de Memorie
van Toelichting op de Begroting
1950 van zijn Departement een
industrialisatie-plan uitgewerkt.
De inhoud van dit plan en het
daarin opgestelde schema voor
industrialisatie meen ik voldoen
de bekend te mogen achten.
Slechts wilde ik opmerken, dat
voor een ver-doorgevoerde indu-
trialisatie de technische scholing
van groot belang is.
De technische begaafdheid van
de Nederlanders en van de Ne
derlandse jeugd in het bijzonder
is ruimschoots voldoende.
De overweging, dat de moge
lijkheden om technisch onderwijs
te kunnen volgen moeten worden
uitgebreid, leidt tot de conclusie
dat spoedig zal moeten worden
overgegaan tot de stiching van
meerdere ambachtscholen, middel
baar-technische scholen en een
inrichting voor technisch hoger
onderwijs, dit laatste bij voor
keur in het voor industrialisatie
zozeer geschikte Zuiden van het
land.
Tevens zullen door een verstan
dig gevoerde, gematigde belas-
tingpolitiek investeringen in eigen
bedrijf zo noodzakelijk voor
de ontwikkeling van kleine tot
wereldbedrijven -op grotere
schaal dan thans mogelijk is,
worden gestimuleerd.
Heeft dus de devaluatie, zoals
uiteengezet, enerzijds de mogelijk
heid geopend tot vergroting van
de export waarbij tevens een
niet te onderschatten waarde
moet worden gehecht aan de
voorsprong, welke de producten
van landen met gedevalueerde
valuta op derde markten hebben
op de producten van landen met
niet of in mindere mate gedeva
lueerde valuta anderzijds zal
voor een zo volledig mogelijk re
sultaat vereist zijn, dat de import
uit de dollar- en daarmede gelijk
te stellen landen tot een minimum
wordt beperkt.
Immers de prijzen van de in te
voeren goederen in guldens zijn
gestegen. Tenzij van overheids
wege maatregelen worden geno
men zoals bijvoorbeeld een al
gemene prijsstop is de kans
op prijsstijgingen in het binnen
land zeer groot. De lonen zullen
zich dan trachten aan te passen
aan de verhoogde prijzen en
daarmede kan de inflatie intre
den. Gelukkig zijn er thans vrij
wel geen inflatoire tendenzen
aanwezig, zodat indien door de
ze prijsverhoging een meer dan
evenredige afzetvermindering van
importgoederen kan worden ver
kregen, ook dit bezwaar van de
devaluatie inflatie een nut
tig effect op het herstel van het
evenwicht op de betalingsbalans
kan hebben.
Het al dan niet slagen van dit
theoretisch zeer effectieve
hoewel niet bijster elegante
middel om uit moeilijkheden te
geraken, zal naar mijn mening
geheel en al afhangen van onze
ondernemingslust en onze wil tot
zelfbeperking.
De ontwikkeling van het eco
nomische leven in het district van
de Kamer wordt in belangrijke
mate belemmerd door de water
staatkundige toestand.
Uit verschillende feiten, welke
zich de laatste jaren hebben
voorgedaan, moeten wij zelfs de
conclusie trekken, dat deze toe
stand niet alleen een ernstige be
lemmering vormt vooreen ver
dere expansie, maar vooral in
die streken, waar het „waterpro
bleem" directe invloed heeft, de
bestaande economische activiteit
verstikt.
Beziet men de cijfers van het
bevolkingsaccres in de provincie
Noord-Brabant, dan blijkt, dat na
dc volkstelling van 1930 de toe
name 37 bedraagt. De toena
me in het district van de Kamer
bedraagt bij normale geboorte
cijfers evenwel slechts 20%.
Hieruit alleen reeds blijkt, dat
een in verhouding groot gedeelte
van de bevolking van het district
van de Kamer zich genoodzaakt
ziet het district te verlaten, omdat
het hier geen bestaan kan vin
den. Meerdere andere verschijn
selen wijzen in eenzelfde rich
ting.
Zo is de papierfabriek „De
Maasmond aan het Keizersveer,
welke voor de oorlog 300 a 400
arbeiders werkgelegenheid ver
schafte, thans definitief voor het
district verloren gegaan. De ves
tiging van een nieuwe construc
tiewerkplaats op diezelfde plaats
is daarom des te meer verheu
gend omdat in deze streek hoe
genaamd geen industrie gevestigd
is, waar de talrijke aldus vrijge
komen arbeidskrachten emplooi
zouden kunnen vinden. De pro
blemen van omscholing zijn ech
ter niet gering en stellen hoge
eisen, terwijl uiteraard ook op
name van het totale aantal vrij
gekomen arbeiders door de nieu
we industrie voorhands nog niet
mogelijk zal zijn.
Behalve deze vestiging hebben
echter in de jaren na de bevrij
ding hier nog geen vestigingen
van nieuwe industrieën van enige
betekenis plaats gevonden.
Wel werden door de Kamer
verschillende inlichtingen omtrent
vestigingsmogelijkheden gevraagd,
doch daarbij werd steeds als eis
gesteld, dat men moest kunnen
bechikken over terreinen aan
goed vaarwater.
Juist in het gebied van de Ka
mer nu, met havens aan Amer en
Maas, komen de aangrenzende
terreinen bij hoge vloeden onder
water te .staan, zodat deze voor
industrievestiging niet bruikbaar
zijn en eerst door langdurige en
zeer kostbare werken geschikt
gemaakt kunnen worden.
Het overplaatsen bijvoorbeeld
van gedeelten van zeer belangrij
ke bedrijven naar plaatsen buiten
het district, betekende o.a. voor
Waalwijk zeer zeker een gevoe
lig verlies. De waterstaatkundige
toestand om Waalwijk nu was
voor een dezer bedrijven in eerste
instantie oorzaak van het besluit
tot deze overplaatsing.
Ook het gebrek aan vrouwelijk
personeel dwingt meerdere be
drijven in ons district er toe el
ders werkplaatsen te vestigen. Ik
vraag mij met bezorgdheid af.
hoe dit zich moet ontwikkelen,
wanneer de concurrentie weer
normale vormen zal hebben aan
genomen. Het is zeker, dat der
gelijke maatregelen niet in staat
zijn een economische bedrijfsvoe
ring te bevorderen.
De vestiging van andere be
drijven, bijvoorbeeld van zwaar
dere industrie, zou gedeeltelijke
opheffing betekenen van het te
kort aan vrouwelijk personeel in
de schoen- en lederwaren-indu
strie.
Zolang niet de wateroverlast
zal zijn opgeheven, kan van een
doorbreking van de eenzijdigheid
van de industrie in de Langstraat
welke eenzijdigheid ook een
sociaal gevaar is echter geen
sprake zijn.
De watervrijmaking van de
polders tussen de Langstraat en
het Land van Heusden en Altena
zal een nauwer contact tussen
beide gebieden bevorderen en het
voor werkzoekenden boven de
Maas aantrekkelijker maken in de
Langstraatse industrie een be
staan te zoeken.
Van het gebied van de Kamer
met een totale oppervlakte van
55.000 ha. komen jaarlijks bij
hoge vloeden soms zelfs twéé
maal per jaar ruim 20.000 ha.
onder water te staan. Het vor
men van woonkernen en het ves
tigen van boerderijen of het an
derszins exploiteren van deze
gronden is daardoor onmogelijk.
Alleen reeds in de Biesbosch,
waar thans 500 mensen wonen,
zouden 10.000 mensen een oe-
staan kunnen vinden.
Nu gaan er jaarlijks door over
stromingen honderdduizenden gul
dens verloren en men kan aan
de hand van gehouden enquêtes
de verliezen aan gewassen en de
schade aan dijken en kaden
schatten op minstens een half
millioen gulden per jaar.
Dit verlies betekent naast de
economische schade niet in min
dere mate leed en ellende op so
ciaal terrein.
In 1934 reeds was de Kamer
gereed gekomen met een uitge
breid rapport over de boezemge-
bieden van de Biesbosch en be
neden de Amer en de Maas.
Sindsdien heeft men de Maas
boven verder gekanaliseerd,
waardoor het water van boven
sneller naar hier afvloeit en heeft
men de Hollandse Biesbosch wa-
tervrij gemaakt, waardoor het to
tale boezemgebied kleiner is ge
worden. Tengevolge van deze
beide werken wordt de toestand
hier nog hachelijker.
Met verbetering van de toe
stand in de Brabantse Biesbosch
wordt niet veel haast gemaakt,
terwijl toch, zoals uit de reeds
aangehaalde feiten blijkt, aan het
economische leven een enorme
schade wordt berokkend.
En dat alles, terwijl juist het
gebied van deze Kamer èn door
zijn ligging aan groot water, dat
enerzijds toegang geeft tot de
open zee en anderzijds tot alle
belangrijke waterwegen in Euro
pa, èn door de gesteldheid van
de bodem van zijn stroomgebie
den, die tot de beste van Neder
land kan worden gerekend, een
zeer welvarende streek had kun
nen zijn.
De Commissaris der Koningin
in onze Provincie heeft in zijn
laatste rede tot de leden van de
Provinciale Staten verklaard, dat
het naar zijn mening beter zal
zijn werkgelegenheid te bevorde
ren dan kindertehuizen en psy
chiatrische inrichtingen te bou
wen.
De Voorzitter van de Kamer
van Koophandel en Fabrieken
voor Noord-Brabant toonde in
zijn jaarrede met overtuigende
cijfers aan. dat het nodig zal zijn
ingrijpende maatregelen te treffen
om de dreigende werkloosheid in
Noord-Brabant te voorkomen.
Welnu, hier is een object, dat
reeds tientallen jaren op ingrij
pen wacht dat aan tienduizen
den werk en brood kan verschaf
fen dat landbouw en industrie
in hoge mate kan bevorderen en
dat aan nodeloze verspilling van
honderdduizenden guldens per
jaar een einde kan maken.
De bedragen echter tot uitvoe
ring van dit grootse werk tot op
heden besteed zijn van geen be
tekenis in verhouding tot hetgeen
gedaan moet worden.
Indien hierin niet spoedig in
grijpende veranderingen komen
zal noordwestelijk Noord-Brabant
nog vele jaren in de wurgende
greep van het water gekneld blij
ven en met lede ogen het ver
kwijnen van landbouw en indu
strie moeten aanzien.
Ook de verkeersmogelijkheden
met het Westen des lands vor
men een ernstige hinderpaal voor
de economische ontwikkeling van
de Langstraat. Het is algemeen
bekend, dat de Langstraat door
afnemers uit de beide provincies
Noord- en Zuid-Holland wordt
gemeden vanwege de onhoudba
re toestand van de weg Wagen
bergWaalwijk met zijn onge
veer 40 scherpe bochten en zijn
slechte, smalle wegdek.
De ontsluiting van het Land
van Heusden en Altena kan eerst
worden mogelijk gemaakt door
het totstandkomen van een vaste
oeververbinding tussen Gorin-
chem en Sleeuwijk.
De Kamer zal ernstig dienen te
overwegen of zij met het oog op
het belang van de bevolking van
haar district in deze gang van
zaken kan en mag blijven berus
ten.
De gemeenteraad van Waspik kwam Donderdag
avond om half acht in openbare vergadering bijeen
onder voorzitterschap van burgemeester Couwen-
berg. In deze vegradering besloot de raad o.m. gel
den béschikbaar te stellen voor de bouw van de zes
toegewezen woningwetwoningen. Bovendien heeft de
gemeente het geluk gehad dat ze vier gewone en
vier duplex-woningen heeft gekregen voor crepeer-
gevallen. Verder werd het uitbreidingsplan enigs
zins gewijzigd.
Nadat de voorzitter de ver
gadering had geopend, wer
den de notulen zonder op- of
aanmerkingen vastgesteld.
Onder de ingekomen stuk
ken bevond zich een schrij
ven van de heer Akkermans
over de verlichting van de
Vrouwkensvaart. De voorzit
ter deelde mee dat hij hier
over had gecorrespondeerd
met de P.N.E.M., maar vorig
jaar was uitbreiding afgestuit
op het gebrek aan materiaal.
Nu had hij het nog eens ge
vraagd, maar nog geen ant
woord ontvangen. Men moest
dus nog afwachten.
Vervolgens was er een
schrijven binnengekomen van
de heren Langerwerf, Savel-
kouls en De Zeeuw dat ze hun
benoeming tot lid van de raad
niet aannamen. Hiermee was
de lijst van de middenstand
uitgeput en zo was men te
recht gekomen bij de heer L.
H. Timmers van de arbeiders-
lijst. Deze deelde mee dat hij
zijn benoeming wel aannam.
Een commissie, bestaande
uit de 'heren Van den Broek,
De Glas en Kamp onderzocht
de geloofsbrieven van het
nieuwbenoemde raadslid. Na
mens deze commissie deelde
de heer Van den Broek mee,
dat alles in orde was bevon
den en dat de heren de heer
Timmers graag in hun mid
den wilden opnemen. De
voorzitter sloot zich bij deze
woorden aan en de rest van
de raad stemde stilzwijgend
toe.
Aan de orde was vervol
gens om het Uitkeringsbesluit
1950 ook op het gemeente-
personeel toe te passen in de
vorm van 'n uitkering ineens
over het eerste kwartaal. De
raad ging hier uiteraard mee
accoord.
Punt 5 omvatte het voor
stel van B. en W. tot 't aan
vragen van voorschotten en
bijdragen t.b.v. de bouw van
woningwetwoningen. Dit had
betrekking op het bouwvolu
me van 1438 M3 dat de ge
meente over 1950 in eerste in
stantie was toegewezen.
Aan het prae-advies van B.
en W. ontlenen wij het vol
gende:
In overleg met de Pro
vinciale Directie van de
Volkshuisvesting te 's-Bosch
en de architect A. v. Huiten,
is een plan opgemaakt tot de
bouw van 6 woningen van
260 M3 inhoud, welk plan in
middels is goedgekeurd.
De grond- en bouwkosten
zijn respectievelijk berekend
op 8262.— en 65.500.—.
In dit verband bieden B. en
W. hierbij ter vaststelling aan
een ontwerp-besluit tot het
beschikbaarstellen van de no
dige gelden voor de bouw van
6 woningen en het aanvragen
en aanvaarden van voorschot
ten en bijdragen uit 's Rijks
kas.
Bovendien heeft de ge
meente voor de oplossing van
zgn. „crepeergevallen" bij
schrijven van 8 Februari j.l.
bouwvolume toegewezen ge
kregen voor de bouw van 4
woningen van 260 M3 en voor
4 duplexwoningen van 290 M3
inhoud.
Verder kunnen B. en W.
mededelen, dat zeer waar
schijnlijk nog een toewijzing
van 1 duplex-woning ten be
hoeve van gedemobiliseerden
is te verwachten. Het is de
opzet de uitvoering van het
bouwplan 1950 in zijn geheel
in het uitbreidingsplan Was
pik-Dorp te realiseren.
Aangezien de mogelijkheid
niet uitgesloten moet worden
geacht dat verschillende par
ticulieren in deze gemeente
plannen hebben om voor ei
gen rekening te bouwen, stel
len B. en W. voor voorlopig
slechts tot de bouw van de 4
c.q. 5 duplex-woningen over
te gaan en de bouwvolume
der 4 permanente woningen
even in reserve te houden
voor eventuele particulieren-
aanvragen.
Het bouwplan voor de du
plex-woningen is in voorbe
reiding. Teneinde straks on
verwijld tot uitvoering der
definitieve plannen te kun
nen overgaan, verzoeken B.
en W. reeds thans tot de bouw
dezer woningen te besluiten
en voor de financiering en
exploitatie zo mogelijk voor
schotten en bijdragen inge
volge de woningwet aan te
vragen.
Mocht van particuliere zijde
geen of slechts gedeeltelijk
van bovenbedoelde gelegen
heid gebruik worden ge
maakt, zo stellen B. en W.
reeds nu voor in principe te
besluiten deze toewijzing het
zij in zijn geheel, hetzij ge
deeltelijk van gemeentewege
te bestemmen voor woning
wetwoningen en zoveel nodig
voorschotten en bijdrage uit
's Rijkskas te vragen en te
aanvaarden.
Onrechtvaardige kritiek.
De heer Van den Broek
merkte op dat één der voor
naamste punten van de ge
meenteraad was het toezicht
houden op de financiën van
de gemeente. In Waspik nu
werd beweerd, dat de ge
meente zich over de kop
bouwde. Maar de heer v. d.
Broek meende dat daar geen
gevaar voor was. Bovendien
werd deze kritiek gewoonlijk
geleverd door mensen die al
een dak boven hun hoofd had
den. En deze zelfden hadden
ook kritiek toen er niet ge
bouwd werd. Maar nu moes
ten ze dan maar eens denken
aan 't gebod van de naasten
liefde. De heer v. d. Broek
zag geen gevaar dat de ge
bouwde woningen leeg zou
den blijven staan en mocht
dat in de toekorqgt wel ge
beuren, dan had de raad nu
in ieder geval zijn plicht ge
daan. Hij bracht dan ook dank
aan B. en W. voor hun activi
teit, ten voordele van jongelui
die wilden gaan trouwen, voor
hen die nog in krotten woon
den en voor degenen die nog
hun voeten bij een ander on
der de tafel moesten steken.
In zijn antwoord zei de
voorzitter dat de heer v. d.
Broek gesproken had in de
geest van B. en W. Hij beves
tigde dat de woningtoestanden
in de gemeente bar slecht
waren en hij verwachtte dat
volgens het rapport over de
woningtoestanden dat zou uit
komen een groot aantal on
bewoonbaar verklaard zou
kunnen worden. Bovendien
zou de woningnood nog wel
15 jaar aanhouden en mocht
dat niet het geval zijn, dan
konden de nieuwe woningen
nog altijd gebruikt worden in
plaats van krotwoningen. Als
de gemeente ongelimiteerd
blokwoningen zou bouwen on
der één dak, dan zou de cri
tiek misschien rechtvaardig
zijn, ging de voorzitter ver
der, maar dit besluit kon de
raad rustig op zich nemen.
De heer Brokx onderstreep
te de woorden van de heer
v. d. Broek. Hij vond dat de
raad zich van de critiek niets
hoefde aan te trekken, want
men zat er met elf raadsleden
en die hadden 't besluit een
parig genomen.
De voorzitter zei, dat de
critiek van buitenstaanders
kwam en dat er mensen wa
ren die altijd critiek lever
den. Maar de raad hoefde zich
geen zorg te maken en kon 't
besluit rustig accepteren. Die
deed dit dan ook.
Wijziging
uitbreidingsplan.'
B. en W. stelden toen voor
het raadsbesluit ter zake van
beschikbaarstelling van een
crediet voor verhai'ding van
straten, te wijzigen. In het
prae-advies werd dit als volgt
toegelicht:
Bij besluit d.d. 9 December
1949 werd een crediet be
schikbaar gesteld ten bedrage
van 50.000.voor de ver
harding van de in het uitbrei
dingsplan Waspik-Dorp ge
projecteerde wegen.
Het is B. en W. bekend, dat
Ged. Staten, op advies van de
Provinciale Waterstaat, in
overweging zullen geven het
dezerzijds terzake opgezette
plan enigszins te wijzigen.
Naar de mening van de
Provinciale Waterstaat zal de
door ons voorgestane verbe-
tei-ing van de Kanaalstraat,
in verband met de paklaag
van deze straat, geen effect
sorteren en wordt de uitgave
terzake niet verantwoord ge
acht.
Deze straat is naar de me
ning van de Provinciale Wa
terstaat slechts door een al
gehele reconstructie voor het
verkeer bruikbaar te maken.
De kosten van deze alge
hele reconstructie zullen
evenwel zeer beduidend ho
ger zijn dan het geraamde be
drag. In verband met de om
standigheid, dat in het uit
breidingsplan even Zuidelijk
van de Kanaalstraat een nieu
we straat is geprojecteerd en
de Kanaalstraat volgens dit
plan in de toekomst als ver
keersweg vrijwel geheel zal
komen te vervallen, adviseert
de Provinciale Waterstaat dan
ook de reconstructie van de
Kanaalstraat achterwege te
laten en in plaats daarvan 't
gedeelte van de geprojecteer
de straat, mede in verband
met de voorgenomen verbou
wing ter plaatse, nu reeds aan
te leggen en te bestraten.
Wel adviseert de Provinciale
Waterstaat om het gedeelte
van de Kanaalstraat van de
Benedenkerkstraat af in aan
sluiting op de Julianastraat
te beklinkeren, aangezien de
Julianastraat straks het door
gaand verkeer, komende van
's-Gravemoer, zal te verwer
ken krijgen.
Tenslotte wordt voorgesteld
om, zo lang het gehele com
plex gronden nog niet be
bouwd is, met de aanleg van
de trottoirs te wachten. Zon
der bezwaar kan voorlopig 't
voetgangers-verkeer van de
verharde straten gebruik ma
ken. B. en W. kunnen zich
met de gesuggereerde wijzi
gingen volkomen verenigen.
In verband hiermede onder
gaat het financieringsplan
eveneens een verandering en
ziet er dan uit als volgt:
72e JAARGANG No. 22
Abonnement
18 cent per week
1.99 per kwartaal
2.28 franco p.p.
Advertentie-prijs
9 cent per m.M.
Contract-advertenties
speciaal tarief.
TEL.-ADRES „ECHO".
Bestrating Julianastraat
18232.—
Bestrating Bernhardstraat
12932
Bestrating Wilhelminastr.
f' 2120.—
Aanleg en bestrating ge
deelte nieuwe verbindingsstr.
(Irenestraat) 5724.
Bestrating gedeelte Kanaal
straat 7314.-
Totaal 46322.of rond
47000.—.
B. en W. stellen derhalve
voor te besluiten:
1. tot intrekking van de in de
aanhef van dit voorstel ge
noemd raadsbesluit d.d. 9
December 1949;
2. tot beschikbaarstelling van
een crediet van ƒ47.000.—
t.b.v. de bestrating van de
hierboven met name ge
noemde straten.
Zonder meer ging de raad
met het voorstel accoord.
mPfarna werc* de begroting
1949—1950 gewijzigd, wat een
administratieve wijziging om
vatte en een wijziging in ver
band met 't voorgaande punt.
Ook zonder discussie of stem
ming werden de pensioensgrond
slagen van burgemeester, secre
taris, gemeente-ontvanger en ge
meente-arbeider vastgesteld.
Tenslotte werd nog een veror
dening vastgesteld ter bescher
ming der belangen van derden in
verband met het uitbreidingsplan.
De heer van Kuik vroeg wat
hiervan de bedoeling was. De
Voorz. antwoordde hierop dat 't
mogelijk was dat in het kader
van het uitbreidingsplan de be
langen van anderen geschaad
moesten worden. Als er geen
minnelijke schikking kon getrof
fen worden, moest tot onteigening
worden overgegaan. De bedoe
ling van de verordening was dat
belanghebbenden zich in dat ge
val hierop zouden kunnen beroe
pen.
den kunnen beroepen.
Naar aanleiding van de wijzi
ging van het uitbreidingsplan
vroeg de heer van Kuik nog hoe
bij het vervallen van de Kanaal
straat de verbinding tussen uit
breidingsplan en Schoolstraat tot
stand zou komen. Dit zou gebeu
ren, zei de voorz., door de nieu
we straat, die zou worden door
getrokken tot de Schoolstraat.
De Spoorwegen.
Er was een schrijven binnen
gekomen van de heer Brokx,
naar aanleiding van het bericht
dat de spoorverbinding 's-Bosch-
Lage Zwaluwe kwam te verval
len. Hij vroeg zich af of de Ne-
derl. Spoorwegen het belang van
de Langstraat wel hadden inge
zien. Vooral 's winters, als het
glad was, bestond het gevaar dat
een reiziger, als hij in Den Bosch
of Lage Zwaluwe stond, niet
verder zou kunnen. Hij verzocht
B. en W. bij de N. S. stappen te
doen om in dat geval 's avonds
een trein te laten rijden.
De voorzitter antwoordde dat
B. en W. graag bereid waren in
die richting stappen te doen, ze
hadden trouwens al in die geest
geschreven. Hij wist niet welke
motieven de Spoorwegen er toe
gebracht hadden, maar wel was
hij- er over verwonderd dat drie
jaar nadat de lijn met veel ophef
en poeha hersteld was, ze weer
werd opgeheven. Hadden de N.
S. dit niet van te voren kunnen
zien aankomen. Nog in 1948
was hem door een ambtenaar van
de N. S. verzekerd dat binnen
een bepaalde tijd de treinen weer
volledig zouden gaan lopen, zelfs
met diessels en electrische tractie.
B. en W. zegden in ieder ge
val toe te zullen trachten iets te
bereiken.
De heer Brokx meende dat 't
grote euvel was dat de N. Sv de
lijnen te veel als een zaak be
schouwden. Maar ze moesten de
mensen dienen.
De heer de Glas vroeg of B.
en W. bereid waren eventuele
actie tot behoud van de lijn, te
steunen. De voorz. zegde dit toe,
waarna hij de openbare vergade
ring sloot met gebed.
FASTNACHT IN TIROL
VOLKSKUNDE
In ons land kent men nog
vele oude volksgebruiken, die als
echte traditionele elementen met
ons oud volksgeloof zijn ver
groeid. Al heeft de geschiedenis
in de loop der tijden hieraan veel
geknaagd, toch hebben wij nog
iets over, waarop wij trots kun
nen zijn. Onze kinderen trekken
immers met Driekoningen met
hun sterren en lantaarntjes rond,
met Palmzondag gebeurt het met
de Palmpaas. Zo zijn ook de
rondgangen op St. Maartensdag,
Vastenavond e.d. nog op vele
plaatsen overgebleven.
Al deze prachtige verschijnse
len hebben hier hun diepere be
tekenis als overblijfselen van